Meest populaire articles over Fysiotherapie
Bestuur NVMT stuurt brandbrieven
Er is onrust onder de Manueel Therapeuten ontstaan als gevolg van het recente beleid van Minister Schippers. De manueel therapeuten en patiënten worden steeds meer de dupe van de ingezette bezuinigingen door zorgverzekeraars. De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie (NVMT), Dr. A.L Pool-Goudzwaard, heeft een brief naar de Minister gestuurd en tevens een brandbrief aan alle leden over de gang van zaken.
Het NVMT-bestuur maakt zich zorgen over de tarief-ontwikkelingen, beperking in behandelaantallen en inperking domein door zorgverzekeraars en stuurde een brandbrief naar haar leden.
Lees de brief aan minister Schippers
Bron: NVMT
6 Jan 2012, 5:08 pm | klik hier om meer te bekijken
Lichaamsbeweging gekoppeld aan betere prestaties op school
Kinderen die meer lichaamsbeweging krijgen lijken beter te presteren op school. Dit suggereert een onderzoek dat deze week is gepubliceerd.
Het is al langer bekend dat het goed is voor kinderen om een sport te beoefenen en om tijdens de schoolpauzes buiten te kunnen spelen, maar of het ook een positieve invloed heeft op de schoolprestaties is een onderwerp van discussie – zeker nu steeds meer scholen de tijd die kinderen kunnen besteden aan gym en lichamelijke activiteiten verminderen om zo meer tijd over te houden voor schoolwerk.
Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt maar net hoe belangrijk het is dat kinderen genoeg lichamelijke beweging krijgen.
Het is duidelijk wat de belangen zijn van lichamelijke beweging op de lange termijn, en dit is nog een extra goede reden om ervoor te zorgen dat de scholen ervoor zorgdragen dat er genoeg tijd vrij wordt gemaakt voor lichamelijke beweging tijdens schooldagen. Aldus Sandy Slater, afgestuurd in Chicago en gespecialiseerd in ‘Recess and physical education’.
Amika Singh is een van de onderzoekers die heeft meegewerkt aan dit onderzoek. Volgens haar betekent de uitkomst van het onderzoek dat scholen evenveel aandacht zouden moeten geven aan lichamelijke beweging als aan schoolwerk. Ook ouders zullen deze gedachtegang over moeten nemen.
Zelfs met kleine aanpassingen van een schooldag maak je al een verschil. Zoals af en toe even opstaan en bewegen in de klas, of op de fiets naar school in plaats van met de car. Elke vorm van lichaamsbeweging is positief, je hoeft niet alleen te denken aan de gymlessen, aldus Singh.
Singh en haar collega’s hebben gekeken naar 14 onderzoeken waarin van kinderen de mate van lichamelijke beweging werd vergeleken in verhouding tot hun cijfers op school.
Er was sprake van twee soorten onderzoeken.
In 10 observationele onderzoeken werden ouders, leerkrachten of leerlingen ondervraagd over hoe actief de leerlingen waren en vervolgens werden de leerlingen een bepaalde periode gevolgd om te kijken hoe zij presteerden op school.
In de overige 4 onderzoeken waren er 2 onderzoeksgroepen, waarvan de ene onderzoeksgroep extra tijd kreeg voor lichamelijke beweging en deze werd vergeleken met een controlegroep waarin de kinderen geen extra lichamelijke bewegingen hadden gekregen.
Onderzoeken waarin enkel werd gevraagd of de kinderen aan sportbeoefening deden gaven geen relatie tussen sportbeoefening en schoolprestaties.
Echter wanneer onderzoekers vroegen hoeveel tijd leerlingen besteden aan lichamelijke beweging kwam naar voren dat kinderen die meer tijd besteden aan lichamelijke beweging betere prestaties leveren op school.
Drie van de vier onderzoeken waarin een interventie plaats vond waarin lichamelijke beweging op de voorgrond stond hebben aangetoond dat leerlingen die meer tijd kregen om te bewegen ook hoger scoorden op school.
Uit een onderzoek in de verenigde staten bleek dat kinderen uit groep 3 die 90 minuten extra lichaamsbeweging kregen beter scoren op zowel lezen, schrijven en rekenen. Daarnaast zijn deze kinderen minder dik geworden gedurende de eerste 3 jaar na het onderzoek.
Het zou kunnen dat kinderen hun energie beter kwijt kunnen en zich daardoor beter kunnen concentreren op school.
Uit recentelijk onderzoek is gebleken dat veel van de schoolkinderen in de verenigde staten niet de aanbevolen hoeveelheid dagelijkse beweging krijgen. Voor kinderen is het belangrijk dat ze minimaal 2,5 uur per week gymmen en elke dag minstens 20 minuten buiten kunnen spelen.
Volgens Singh is het op dit moment duidelijk dat meer lichamelijke beweging een positieve invloed heeft op schoolprestaties, maar is het op dit moment erg moeilijk om aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek te kunnen zeggen hoeveel tijd er op een dag moet vrij gemaakt worden hiervoor.
Wat nu vooral belangrijk is, is dat scholen zich bewust zijn van het belang van lichamelijke beweging en hier voortaan extra aandacht aan gaan besteden.
Ook voor ouders is het belangrijk om in te zien wat het belang is van lichamelijke beweging op de leerprestaties van hun nice en dit duidelijk te maken aan de scholen.
Bron: Reuters
5 Jan 2012, 9:01 am | klik hier om meer te bekijken
Manipulaties en oefeningen effectiever bij nekpijn
Het doen van enkele eenvoudige oefeningen is effectiever het gebruik van pijnstillers bij een pijnlijke stijve nek volgens een recent onderzoek.
Minstens drie kwart van de mensen krijgt op enig moment in hun leven te maken met een pijnlijke nek en velen nemen pijnstillers of brengen een bezoek aan een chiropractor. Beeldschermwerkers lijken het meest vatbaar voor deze aandoening.
“Er is goed nieuws voor de patiënt die er zelf iets aan wil kunnen doen,” zegt Gert Bronfort, vice-president van het onderzoek aan de Northwestern Health Sciences University in Bloomington, Minnesota, en hoofdauteur van het onderzoek. Het onderzoek is de eerste door de overheid gefinancierde onderzoek naar de behandeling van nekpijn.
Dr Bronfort en zijn onderzoeksteam vergeleek de manipulatie door een chiropractor, thuis oefeningen en medicatie op de effectiviteit voor het verlichten van pijn in de nek en publiceerde deze maandag in de Annals of Internal Medicine. Hoewel manipulatie van de wervelkolom al aangetoond effectief bleek te zijn als behandeling van lage rugpijn, was er minder bekend over de impact op de wervelkolom van de nek.
Dr Bronfort zei een nek-retractie uit te oefenen, of een kip-achtige manoeuvre van het hoofd, waardoor het hoofd naar achteren wordt bewogen en de kin iets naar beneden werd gehouden, bijzonder nuttig bleek tezijn.
De studie suggereert ook dat een chiropractor of fysiotherapeut vrij gespannen spieren en gewrichten door middel van manipulatie van de wervelkolom kan verlichten en nekpijn kan verminderen.
De studie omvatte 272 mensen die minstens twee weken maar ook niet langer dan drie maanden, zonder specifieke oorzaak pijn in de nek hadden. Ze werden verdeeld in drie behandelingsgroepen. De onderzoeksvraag was of manipulatie van de wervelkolom effectiever zou zijn dan thuis te oefenen of medicijnen bij het verlichten van pijn in de nek na 12 weken.
De onderzoekers ontdeketen dat manipulatie van de wervelkolom en thuis oefeningen ongeveer even effectief bleken. Beide waren beter dan medicatie alleen tijdens de verschillende meetmomenten in de studie. Pijn en andere metingen inclusief de mobiliteit van de nek werden vanaf twee weken tot maximaal een jaar na het onderzoek gevolgd.
Deelnemers aan de studie werden toegewezen aan een van de drie groepen. Een groep werd toegewezen aan een behandeling door chiropractors, die individuele behandelingen planden met de patiënten.
Een andere groep kreeg de opdracht om thuis de oefeningen te doen.
De mensen in deze groep ondergingen een twee sessies van een uur lang waarin de oefeningen uitgelegd werden. De deelnemers kregen de opdracht om elke oefening vijf tot tien herhalingen en meerdere keren per dag uit te voeren.
Mensen in de medicatie groep werden behandeld met niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen, zoals ibuprofen, paracetamol en / of spierverslappers. Sommige patiënten kregen ook sterkere medicatie.
Advies over het al om actief te blijven of het wijzigen van activiteiten werd op een case-by-case basis gemaakt.
Ongeveer 80% van de patiënten uit de manipulatie-groep en de oefen-groep rapporteerden een reductie van ten minste 50% van de pijn na 12 weken in vergelijking met ongeveer 70% van de mensen in de medicatie-groep.
Ongeveer 30% van de patiënten in de oefening en manipulatie groepen rapporteerde een 100% reductie in pijn niveaus tijdens dezelfde periode in vergelijking met ongeveer 13% van de patiënten in de medicatie-groep.
Bron: Annals.org
5 Jan 2012, 3:45 pm | klik hier om meer te bekijken
Massage werkt ook ontstekingsremmend
Massage is niet alleen heerlijk ter ontspanning maar werkt ook dieper in de spieren. Dit blijkt uit een recent onderzoek in Science Translational Medicin.
Dat een massage prettig is na een stevige work-out is duidelijk. En we hopen natuurlijk dat het ook helpt om het herstel van de spieren te bespoedigen. Maar niemand heeft echt onderzoek gedaan naar wat een massage doet met de spieren op celniveau of moleculair niveau.
In bovenstaand onderzoek hebben 11 sporters een stevige work-out gedaan van 70 minuten waarbij de sporters uitgeput werden. Vervolgens is 1 van de bovenbenen van de sporters voor 10 minuten gemasseerd. Vervolgens is van zowel het gemasseerde als het niet-gemasseerde been een spierbiopt genomen. Na 2,5 uur rust werd er nogmaals een spierbiopt genomen van beide benen.
De onderzoekers hebben de biopten van beide benen geanalyseerd en vonden 2 belangrijke veranderingen: verminderde tekenen van ontsteking en een verhoogde productie van mitochondriën, de energiefabrieken van de cellen.
Verminderde productie van ontstekingsmoleculen kan hetzelfde pijnstillende effect hebben als gebruik van pijnstillers zoals ibuprofen en aspirine.
De verhoogde productie van mitochondriën zorgt ervoor dat de spier sneller kan herstellen na een zware work-out. Dit betekent volgens de onderzoekers ook dat een massage na zware inspanning kan helpen bij het verbeteren van het uithoudingsvermogen. Hier moet echter nog verder onderzoek naar gedaan worden.
Uit het onderzoek is overigens niet duidelijk naar voren gekomen dat een massage helpt om melkzuur weg te werken uit een spier.
Bron: sciencemag.org
4 Feb 2012, 8:37 am | klik hier om meer te bekijken
De marketingkracht van de fysiotherapeut
In de 31 jaren die ik als fysiotherapeut werkzaam ben heb ik helaas moeten constateren dat er niet zoiets bestaat als “ De Fysiotherapeut “ en dat het ook onmogelijk is gebleken de beroepsgroep hecht te organiseren. Dit in tegenstelling tot artsen, tandartsen en apothekers die dit wel hebben gedaan en daardoor een betere positie hebben in de gezondheidsmarkt.
Fysiotherapie is echter een ongeorganiseerde markt, natuurlijk is daar de KNGF waarbinnen zich alle soorten fysiotherapeuten verenigen. Maar laten we eerlijk zijn hoe kan één organisatie de belangen behartigen van praktijkeigenaren, praktijk medewerkers, medewerkers in de eerste, tweede en derde lijn, bekkentherapeuten, sport therapeuten? En wat voor fysiotherapeutische richtingen er al dan niet zijn. Het KNGF dient niet één belang maar alle belangen wat uiteindelijk resulteert in een gemiddelde waar eigenlijk niemand meer vrolijk van kan worden. Ik vraag me hardop af of de KNGF bestuurders hun functie in de markt nog echt serieus durven te nemen … ik ga graag de discussie tezijnertijd met ze hierover aan. Maar ik verlang nog weleens terug naar de tijd dat er een NVVF, Nederlandse vereniging voor vrijgevestigde fysiotherapeuten, bestond.
Ben ik nu de KNGF aan het ondermijnen … nee zeer zeker niet! Waarom niet? Omdat er op dit moment zoveel in de zorgmarkt aan het verschuiven is en er zoveel “gevaren” op de loer liggen dat wij als fysiotherapeuten maar één ding kunnen doen en dat is de handen in elkaar slaan.
U weet misschien dat ik in 2011 in het oostelijk deel van Nederland begonnen ben om op een constructieve manier in overleg te gaan met collega’s, zorgverzekeringen, onze klanten (patiënten belangen) en het KNGF. Het doel is te komen tot een dialoog waarin alle partijen op basis van gelijkwaardigheid beslissingen nemen.
We hebben sinds minister Hans Hoogervorst te maken met een markt. Maar helaas is dit een markt die in de kinderschoenen staat. De overheid ook nog de fout gemaakt heeft om binnen dit marktpartijen stelsel één partij, de zorgverzekeraar, de regie te geven.
Daarnaast wordt de zorgmarkt inadequaat gemonitord door trage overheidsinstellingen die te ver van de markt af staan. Wij als beroepsgroep moeten ons zelf verwijten dat wij ook de moeite niet genomen hebben om de tijd te nemen de problemen die in de markt aanwezig zijn te melden bij onder andere NZa.
Het komende jaar wil ik mijn lokale initiatief naar een landelijk niveau brengen want als we wat willen bereiken dan zullen we dat nu en in gezamenlijkheid moeten doen.
Helaas kan ik geen directe adviezen geven hoe wij als groep iets zouden moeten doen in verband met de NMa.
Om die reden zal ik vaak in de ik-vorm spreken en aangeven wat ik ga doen … wat u er mee doet moet u zelf bepalen. Hopelijk heeft u nu begrip waarom er zo veel “ik” in mijn artikelen staat.
Toch ben ik niet bang dat mijn initiatieven de NMa zullen activeren om in te grijpen. Mijn plannen hebben namelijk vooral ten doel de service en kwaliteit voor de klant te verbeteren. Deze verbetering loopt niet altijd parallel met het belang van de zorgverzekeraar (wat overigens vreemd is) maar loopt wel parallel met de belangen van onze beroepsgroep. Dat zult u in de komende weken gaan merken. Ik hoop dan ook dat mijn ideeën en plannen uw interesse zullen wekken en dat u mijn stukjes blijft lezen en daar waar het mogelijk is u handelen daar op toepast.
Het zou al geweldig zijn wanneer u collega fysiotherapeuten opmerkzaam gaat maken op deze rubriek, ik heb niet alleen uw steun nodig maar ook die van alle andere collega’s. Dus ik verzoek u mijn artikelen zoveel mogelijk onder de aandacht te brengen.
Wat hoop ik te bereiken?
Ik ga hier alleen kort in op het basisidee welke ik wil realiseren. De uitwerking komt in de komende weken.
U heeft er samen met het KNGF hebben voor gezorgd dat we de afgelopen 10 jaar geïnvesteerd hebben in kwaliteit. Ja u leest het goed, niet het KNGF heeft dit alleen gedaan, diegene die op de KNGF vergadering aanwezig waren en als makke lammeren jaknikten maar vooral ook die 90% resterende fysiotherapeuten die niet de moeite name om op die vergaderingen te verschijnen, hebben er voor gezorgd dat we nu in dit lastige parket zitten. Het was de bedoeling van de KNGF dat we door het leveren van betere kwaliteit automatisch een betere positie in de zorgmarkt zouden krijgen en dat we uiteindelijk naar een acceptabele vergoeding van onze diensten zouden komen. Dit is echter niet gebeurd, waar het mis is gegaan en wie daar de schuldige van was laat ik nu in het midden. Feit is dat ons vak met al die kwaliteitsslagen verworden is van een praktijk naar een theorie vak waarbij we zeker zo veel tijd bezig zijn met registreren en rapporteren dan met de klant.
De fysiotherapeut is van nature een doe-mens met een sociale inslag. Het administreren staat ons in de weg van dat waar we goed in zijn namelijk praktisch denken en handelen. Ik pleit er dan ook voor om terug te keren naar de primaire processen van de fysiotherapeut en dat is het aanbieden van hulp in de breedste zin des woords.
Met het verhogen van de kwaliteit hebben we niet dat gekregen wat wij wilden en is de zorg voor de klant zeer zeker niet verbeterd.
Wat moeten we dan wel doen om wel de erkenning te krijgen die wij verdienen.
Mijn antwoord is tweeledig:
- Naar onze klanten toe zullen we hoogwaardige zorg en persoonlijke aandacht moeten blijven geven. Wij hebben al jaren de hoogste klanttevredenheidsscore en dit moeten we en kunnen we nog verder verbeteren.
- Naar de zorgverzekeraar moeten we er voor zorgen dat we doelmatige zorg voor een redelijke prijs aanbieden maar het allerbelangrijkste is dat we niet alleen zorg aanbieden … nee we bieden iets nog veel belangrijkers aan en dat is een erg belangrijke marketingtool voor de Zorgverzekeraar. Wij als beroepsgroep hebben fysiek het contact met de klant van de zorgverzekeraar. Wij als beroepsgroep hebben dan ook de macht om klanten te beïnvloeden in hun zoektocht naar een goede zorgverzekeraar.
In de komende maanden ga ik u proberen te overtuigen van onze marketingkracht en dat wij die dienst kunnen vermarkten door het aanbieden van exclusieve contracten naar de zorgverzekeraar toe. Ja u leest het goed, wij fysiotherapeuten gaan de zorgverzekeraars contracteren … de wereld op zijn kop?
Ik hoop dat dit voor u een eye-opener is … bedenk voor u zelf eens hoe uw markt waarde hierdoor gestegen is …
4 Feb 2012, 11:34 pm | klik hier om meer te bekijken
Herstelindicatoren bij kinderen met een voetbalblessure
Uit een recentelijke studie naar kinderen die voetballen en kampen met bovenbeen blessures is gebleken dat onder andere de leeftijd, de plek en de toedracht van de blessure uitsluitsel kan geven binnen welk tijdsbestek de jonge voetballers weer de sport kunnen hervatten.
Dit is vooral van belang omdat voetballers zo snel mogelijk weer het veld op willen.
Veel bovenbeenblessures worden veroorzaakt door overbelasting of contact blessures en komen bij zowel volwassen als jonge sporters regelmatig voor. Uniek aan deze studie is dat er voor het eerst specifiek word gekeken naar de blessures en hersteltijd bij jonge sporters.
De onderzoekers hebben gedurende 5 jaar (2000-2005) gekeken naar alle bovenbeenblessures in de jeugdteams van de English Football Asociation. Meer dan 12.000 jongens tussen 8 en 16 jaar speelden in die tijd in deze competitie.
In die periode zijn er 10.225 blessures geregistreerd, waarvan 1.288 ( 13%) van deze blessures spieren betroffen in het bovenbeen. De meest getroffen spieren waren de quadriceps, de hamstrings en de adductoren.
Gemiddeld waren spelers 13 dagen uitgeschakeld vanwege hun blessures; maar deze tijd varieerde afhankelijk van de specifieke blessures en de spelers.
Jongere spelers waren sneller hersteld dan oudere spelers, en hamstrings blessures duurden het langst om te herstellen in vergelijking met de andere spiergroepen. Contact blessures duurden over het algemeen ook langer om te herstellen dan overbelasting blessures.
Naast bovenstaande resultaten kwam ook uit het onderzoek naar voren dat recidieven gemiddeld een dag sneller herstellen dan wanneer het een eerste blessure betreft. Dit in tegenstelling tot volwassen sporters die, zo bleek uit eerder onderzoek, er gemiddeld 4 dagen langer over doen om te herstellen bij een recidief.
Ook werd duidelijk uit het onderzoek dat halverwege de eerste helft het risico op bovenbeenblessures groter word. Dit risico zet zich voort in de volledige tweede helft. Hieruit blijkt dat kinderen eigenlijk niet goed kunnen herstellen in de pauze. Het advies dat de onderzoekers dan ook geven is om de pauze te verlengen, en als dit niet mogelijk is om spelers te wisselen om de kans op blessures te minimaliseren.
Er moet wel een kanttekening geplaatst worden bij de resultaten van dit onderzoek.
De kinderen die hebben mee gedaan aan dit onderzoek waren semi-profs die waarschijnlijk toegang hadden tot betere trainers dan sporters van clubs op amateurniveau. De hersteltijden zijn daarom optimaal en kunnen dus verschillen van sporters op amateurniveau.
Bron: The American Journal of Sports Medicine Am J Sports Med January 4, 2012
3 Feb 2012, 9:00 am | klik hier om meer te bekijken
De computer als sportschool
Het Diabetes Fonds gaat onderzoek naar online beweegprogramma’s voor mensen met diabetes financieren. Dit onderzoek van het Erasmus MC werd geselecteerd uit achttien andere aanvragen.
“Het lukt patiënten met diabetes vaak niet om regelmatig te bewegen”, zegt onderzoeker en sportarts dr. Stephan Praet. “Door mensen thuis te laten trainen, hopen we obstakels weg te nemen, zoals reistijd.” De onderzoekers gaan ook de mensen benaderen die niet mee willen doen met het onderzoek. Praet: “Wie zijn die mensen en waarom doen ze niet mee? Ook hierop hopen wij antwoorden te krijgen.”
Er zijn twee verschillende programma’s. Het ene is videocoaching: eens per week sporten op de sportschool, en twee keer thuis voor de webcam, met andere deelnemers. Een online coach begeleidt hen op dat moment. Dat is belangrijk, vindt onderzoeker en medisch psycholoog dr. Cora de Klerk: “Voor een leefstijlverandering is persoonlijk contact nodig.”
Het andere programma heet Direct Life: een klein apparaatje dat de deelnemer bij zich draagt. Op de computer is vervolgens te zien hoeveel en wanneer iemand beweegt. Praet: “Ook bij dit programma houdt de deelnemer contact met een coach die begeleidt, motiveert en de lat hoger legt.”
Praet verwacht in april of mei te starten met het onderzoek. Mensen met diabetes type 2 uit regio Rotterdam of Krimpen die mee willen doen, kunnen voor meer informatie contact opnemen met de onderzoekers via sportgeneeskunde@erasmusmc.nl of 010-703 16 79.
Bron: ErasmusMC
26 Jan 2012, 11:35 am | klik hier om meer te bekijken
Digitale analyse van kniefoto spoort artrose eerder op
Dankzij digitale analyse van kniefoto’s is beter te voorspellen welke patiënten met pijnklachten later artrose zullen krijgen. Dat stelt Margot Kinds van het UMC Utrecht in haar promotieonderzoek. Kinds promoveert op 24 januari.
Als patiënten nu met pijnklachten in knie of heup bij de huisarts komen, laat die vaak een röntgenfoto maken. Maar deze foto wordt vooral gebruikt om jaren later te kunnen zeggen of een gewricht verslechterd is of niet. Artsen beoordelen patiënten voornamelijk aan de hand van pijnklachten, maar dit is niet perfect. Van de patiënten die pijnklachten hebben, krijgt slechts eenvijfde deel vijf jaar later duidelijke gewrichtsschade.
Voorspellende waarde
Margot Kinds verbeterde de voorspelling van gewrichtsschade in haar promotieonderzoek. Zo blijkt de foto die bij het allereerste artsenbezoek gemaakt wordt al een voorspellende waarde te hebben. Zij gebruikte de gedetailleerde informatie uit röntgenfoto’s van duizend patiënten om hen beter in te delen. Kleine afwijkingen in gewrichtsspleet (een maat voor kraakbeendikte) en het ontstaan van botuitgroeisels blijken het verloop van de artrose over de daaropvolgende vijf jaar te voorspellen. Van de patiënten die volgens Kinds’ nieuwe indeling deze veranderingen op röntgenfoto’s laten zien, krijgt ruim de helft later duidelijke gewrichtsschade. Een fikse verbetering van de voorspelling dus.
De betere indeling versnelt wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe medicijnen. Alleen patiënten met een grote kans op ernstige gewrichtsschade kunnen zo bijvoorbeeld deelnemen aan een onderzoek naar een nieuw middel om deze schade te voorkomen. De eventuele werkzaamheid van zo’n medicijn zal dan sneller blijken.
Verschillende groepen
Kinds’ onderzoek gaat verder. Zij heeft ook de basis gelegd voor het onderscheiden van verschillende groepen artrosepatiënten die elk een eigen ziektebeloop kennen. Bij sommige patiënten is vooral het bot aangedaan, terwijl bij andere patiënten vooral het kraakbeen aangetast is. Weer andere patiënten ontwikkelen geen schade maar houden wel pijnklachten. Patiënten kunnen gerichtere behandelingen krijgen door deze groepen te onderscheiden.
In haar promotieonderzoek maakte Margot Kinds gebruik van gegevens uit het ‘Cohort Heup En Cohort Knie’ (CHECK). Dit cohort is in 2001 door het Reumafonds gestart om een beter beeld te krijgen van de vroege fase van de ziekte artrose. Meer dan duizend deelnemers met pijn en/of stijfheid van de heup en/of knie worden onderzocht. Gedurende tien jaar worden deze CHECK deelnemers gevolgd voor onder anderen het beloop van hun klachten, veranderingen in hun bloed en urine (biochemische markers voor artrose) en de ontwikkeling van veranderingen in het gewricht op röntgenfoto’s.
Bron: uu.nl
24 Jan 2012, 9:21 am | klik hier om meer te bekijken
Nieuw meetinstrument voor meten spierkracht
Een belangrijk deel van het neurologisch onderzoek zoals dat tot nu toe is verricht en geïnterpreteerd, moet worden herzien. Uit internationaal onderzoek onder leiding van de neurologen dr. Karin Faber van het Maastricht UMC+ en dr. Ingemar Merkies van het SpaarneZiekenhuis in Hoofddorp blijkt dat de MRC-schaal, die gehanteerd wordt voor het meten van spierkracht bij patiënten, niet voldoet.
In ‘Brain’: Nieuw meetinstrument voor meten spierkracht:
Nederlandse neurologen pleiten voor herschrijven deel neurologisch onderzoek
De neurologen schrijven dit in hun artikel Modifying the Medical Research Council grading system through Rasch analyses in het gezaghebbende wetenschappelijk tijdschrift Brain. Op termijn zal dit moeten leiden tot nieuwe richtlijnen voor dit type onderzoek, zo bepleiten de onderzoekers.
Rasch-analyse
Niet alleen neurologen, maar ook revalidatieartsen, orthopeden, SEH-artsen, internisten en huisartsen gebruiken de MRC (Medical Research Council)-schaal voor het meten van spierkracht, een belangrijk onderdeel van neurologisch en algemeen lichamelijk onderzoek. Deze MRC-schaal bestaat uit een score van 0 (volledige verlamde spier) tot 5 (normale kracht).
De internationale groep onderzoekers heeft met behulp van de Rasch-analyse, een specifieke statistische methode, aangetoond dat deze indeling in 5 categorieën niet voldoet. “Het blijkt dat artsen de gemeten kracht niet in de tussenliggende categorieën 2 tot en met 4 kunnen onderscheiden. Ervaring speelt hierin geen rol: zowel een jonge zaalarts als een hoogleraar scoort even goed of even slecht. Ook het soort ziekte waaraan de patiënt lijdt, heeft geen invloed op de uitkomsten”, aldus Faber en Merkies. Doordat het onderscheid in 5 categorieën niet werkt, kan niet goed bepaald worden wat het effect is van therapie. Daarmee heeft de MRC-schaal geen waarde waar het gaat om veranderingen in de spierkracht bij een patiënt te meten.
Bron: azM
24 Jan 2012, 10:22 am | klik hier om meer te bekijken
Sandra van Dulmen hoogleraar Communicatie in de Gezondheidszorg
Sandra van Dulmen is per 1 januari 2012 benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Communicatie in de Gezondheidszorg’ aan de Faculteit der Medische Wetenschappen, afdeling Eerstelijnsgezondheidszorg van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Binnen haar leeropdracht staat de wetenschappelijke onderbouwing van de zorgverlener-patiëntcommunicatie centraal, onderzoek dat zij al lange tijd als programmaleider binnen het NIVEL uitvoert. In haar onderzoek gaat Sandra in op de inhoud van de communicatie, het proces en de effecten. Ze bestudeert daarbij de communicatie tussen mensen (face-to-face) maar ook tussen mensen en web-sites of mobiele communicatiemiddelen (e-health), zowel voor chronisch zieken, patiënten met medisch onverklaarde klachten als andere patiëntengroepen. Binnen de leeropdracht ligt de nadruk op onderzoek: het begeleiden van (promotie)onderzoek en het schrijven van wetenschappelijke publicaties. De bijzondere leerstoel is ingesteld vanwege het NIVEL.
Bron: Nivel
21 Jan 2012, 4:22 pm | klik hier om meer te bekijken
Blessureleed amateurvoetballers verminderen met sportfysiotherapie
De inzet van een sportfysiotherapeut kan veel blessureleed voorkomen. Dat zegt de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg (NVFS) in reactie op de berichtgeving van het UMC Utrecht en de KNVB over de grote aantallen blessures bij amateurvoetbalclubs.
In het persbericht van het UMC Utrecht en de KNVB wordt gesproken over een grote hoeveelheid blessures bij de amateur voetbalclubs. Blessures die leiden tot verzuim in het werk en uitval van de sportbeoefening. Met de deskundigheid van de sportfysiotherapeut kan veel ellende voorkomen worden. “Dat is effectiever dan het aan de trainers overlaten, zoals de KNVB voorstelt”, vindt NVFS voorzitter Bart Smit. “Trainers en coaches hebben immers andere taken en verantwoordelijkheden. Laat de sportfysiotherapeut, samen met club en trainer, de situatie in kaart brengen en adviseren. Binnen verschillende amateurclubs (voetbal, hockey, tennis enz.) wordt hier al dankbaar gebruik van gemaakt. De sportfysiotherapeut wordt ingehuurd voor het verzorgen van loopscholing, inloopspreekuren, begeleiding en opleiding van trainers in het screenen van signalen van een dreigende blessure, controle van deugdelijk materiaal, eventuele extra aanpassingen in de zolen van sportschoenen, hersteltrainingen, behandelen van blessures en de revalidatie naar het gewenste niveau van de geblesseerde sporter.”
Minder acute blessures
De vroegtijdige inzet van de sportfysiotherapeut in combinatie met de trainer zal ook zijn invloed hebben op het verminderen van de acute blessures. De sporter wordt beter in de gaten gehouden en zijn trainingsprogramma zal meer afgestemd zijn op het niveau van de belastbaarheid dat de sporter op dat moment nodig heeft.
Sneller herstel
Ook de behandeling van de geblesseerde sporter zal vanuit de sportfysiotherapeut breder en effectiever worden ingezet om dat de sportfysiotherapeut handelt vanuit totale (sport) context waarin die sporter zich begeeft en zijn revalidatie programma daarop afstemt. Doel van de sportfysiotherapeut is de sporter binnen de kortste tijd op een veilige manier weer terug te brengen tot op het optimale niveau. Daarin worden alle facetten van de betreffende sport opgenomen en getraind. De Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg pleit dan ook voor meer integratie van de sportfysiotherapie in de amateursport. Zij ziet het als een relatief goedkope interventie die blessureleed voorkomt en sneller doet herstellen.
Bron: NVFS
20 Jan 2012, 9:06 am | klik hier om meer te bekijken
Hersenschade komt veel vaker voor dan gedacht
Veel meer mensen dan aanvankelijk gedacht, lijden aan hersenschade. Bij meer dan 1 op de 7 mensen van 45 jaar en ouder worden kleine bloedingen in de hersenen geconstateerd, die mogelijk duiden op de ontwikkeling van ouderdomsziektes zoals beroerte en dementie. Meer dan een derde deel van alle ouderen boven de 80 jaar heeft minstens één zogeheten microbloeding gehad. Aangezien over deze microbloedingen tot voor kort slechts weinig bekend was, is het totaal aantal mensen met hersenschade dus veel groter dan tot op heden werd gedacht. Dit blijkt uit het proefschrift “Beeldvorming van cerebrale microangiopathie in de algemene bevolking” van Mariëlle Poels.
Uit eerder onderzoek is bekend dat mensen met hersenschade sneller hun verstandelijke vermogens verliezen. Bovendien hebben zij een aanzienlijk hoger risico om ziektes als beroerte en dementie te krijgen en als gevolg daarvan (vervroegd) te overlijden. Poels richtte zich in haar onderzoek vooral op microbloedingen. Pas in het laatste decennium is men deze microbloedingen gaan zien als een belangrijke aanduiding van onderliggende vaatschade in de hersenen, die mogelijk kan leiden tot beroerte en dementie. Uit het onderzoek van Poels blijkt dat microbloedingen veelal ongemerkt al veelvuldig voorkomen bij mensen van middelbare leeftijd. Mogelijk kan de aanwezigheid van microbloedingen voorspellen hoe en wanneer ouderdomsziektes zich zullen ontwikkelen bij mensen.
Het promotieonderzoek van Marielle Poels maakt deel uit van de Rotterdam Scan Study, een grootschalig en langlopend onderzoek in de Rotterdamse wijk Ommoord naar hersenafwijkingen in de algemene bevolking. Doel van de Rotterdam Scan Study is om oorzaken en gevolgen van aan veroudering gerelateerde hersenafwijkingen te onderzoeken om deze in de toekomst mogelijk te kunnen afremmen of zelfs voorkomen.
Bron: Erasmus MC
20 Jan 2012, 11:40 pm | klik hier om meer te bekijken
Genetisch onderzoek geeft inzicht in ontstaan reuma
Dankzij grootschalig genetisch onderzoek beschrijft een team van internationale onderzoekers welke genen reuma veroorzaken. Prof.dr. Paul de Bakker van het UMC Utrecht leidde het onderzoek en analyseerde met zijn collega’s de genetische eigenschappen van 5.000 reuma-patiënten en 15.000 gezonde mensen. Ze kwamen zo vijf eiwit-varianten op het spoor die een belangrijke rol spelen in reumatoïde artritis.
Geneticus prof.dr. Paul de Bakker werkt bij het UMC Utrecht en is een van de hoofdonderzoekers van de studie. “Onze resultaten verklaren welke onderdelen van het immuunsysteem betrokken zijn bij de afweerreactie tegen het eigen lichaam. Dit fundamentele inzicht is essentieel om uiteindelijk betere medicijnen te ontwikkelen.”
Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met geneticus dr. Soumya Raychaudhuri van Harvard Medical School in Boston. De resultaten zijn beschreven in het tijdschrift Nature Genetics van zondag 29 januari.
Afweerreactie
Bij de meeste patiënten met reumatoïde artritis (‘reuma’) maakt het immuunsysteem antistoffen tegen het eigen kraakbeen. Daardoor treedt gewrichtsschade en pijn op. Zogenaamde HLA-eiwitten spelen een sleutelrol bij de afweerreactie tegen het lichaamseigen kraakbeen. Sommige varianten van de HLA-eiwitten vergroten de kans op zo’n afweerreactie enorm.
De onderzoekers analyseerden zeer grondig het verband tussen HLA-eiwitten en reuma. Daardoor ontdekten ze in drie verschillende HLA-eiwitten vijf varianten die samen het risico voor reuma verhogen. Deze varianten beïnvloeden allemaal het onderdeel van het HLA-eiwit waarmee het lichaamseigen stukjes of vreemde stukjes moet vastpakken. “Dankzij onze resultaten is het iets makkelijker geworden om uit te vinden welke lichaamseigen stukjes worden aangevallen in reumapatiënten,” aldus De Bakker.
150.000 patiënten
In Nederland lijden meer dan 150.000 mensen aan reumatoïde artritis. Zij hebben chronische ontstekingen van meerdere gewrichten. De belangrijkste symptomen zijn pijn en stijfheid. Een echte behandeling bestaat niet. Het remmen van de ontsteking en pijn verlicht alleen de symptomen.
Bron: UMC Utrecht
2 Feb 2012, 11:52 am | klik hier om meer te bekijken
Verlaag de leeftijdsgrens voor borstkankerscreening
Het bevolkingsonderzoek op borstkanker halveert het risico om aan borstkanker te overlijden. Dit bevolkingsonderzoek heeft dus wel degelijk zin, iets wat de afgelopen decennia internationaal onderwerp van discussie was.
Niet alleen vrouwen van 50 tot 75 jaar, maar ook vrouwen vanaf 45 jaar en boven 75 jaar zouden in aanmerking moeten komen voor de screening.
Dit staat in twee proefschriften van het UMC St Radboud die deze maand verschijnen.
Het Nederlandse programma voor borstkankerscreening is in 1989 landelijk ingevoerd. Nu het dus al meer dan twintig jaar draait, is het mogelijk geworden het effect van dit programma op de borstkankersterfte nauwkeurig te bepalen. Het blijkt, dat deelname aan het bevolkingsonderzoek de kans om aan borstkanker te overlijden halveert.
Dit is onder andere onderzocht door promovenda Ellen Paap, momenteel werkzaam bij het LRCB, het landelijk referentiecentrum voor bevolkingsonderzoek. Zij promoveert op 14 februari aanstaande. Zij deed een zogeheten patiëntcontroleonderzoek, waarbij ze keek naar de sterfte aan borstkanker onder vrouwen die wel en vrouwen die niet aan het bevolkingsonderzoek hebben deelgenomen. Ze gebruikte daarbij screeningsgegevens uit vijf Nederlandse regio’s. Uit haar onderzoek kwam duidelijk naar voren dat het risico om aan borstkanker te overlijden op landelijk niveau door de screening ongeveer de helft kleiner wordt.
Bij dit type onderzoek is het nodig om uit te zoeken of er bij vrouwen zelfselectie plaats vindt. Misschien blijven vrouwen die door hun levensstijl of door erfelijke factoren meer kans hebben om aan borstkanker te overlijden, vaker thuis dan anderen, of andersom. Als de kans om aan borstkanker te overlijden tussen beide onderzoeksgroepen al bij voorbaat verschilt, beïnvloedt dat de uitkomst van het onderzoek.
Paap heeft voor de vijf screeningsregio’s uitgerekend hoe groot deze vertekening van de onderzoeksresultaten is. Ze kwam tot de conclusie dat de vertekening gering is en nauwelijks van invloed op de uitkomst.
In Nederland kunnen vrouwen in de leeftijd van 50 tot 75 jaar deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Volgens onderzoeker Guido van Schoor van het UMC St Radboud, die op 2 februari promoveert, zouden ook vrouwen in de leeftijdsgroep van 45 tot 50 jaar een uitnodiging moeten ontvangen. Voor hen is het risico om borstkanker te krijgen de laatste jaren sterk toegenomen. Hoe dat precies komt is niet helemaal duidelijk; misschien hebben de toename van overgewicht en de hogere leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, ermee te maken.
Van Schoor heeft uitgezocht dat screening ook bij deze leeftijdsgroep de kans om aan borstkanker te overlijden ongeveer halveert. Hij deed dat met behulp van gegevens uit de regio Nijmegen, waar in de periode van 1975 tot 1990 ook vrouwen jonger dan vijftig jaar aan de screening konden deelnemen.
Daarnaast adviseert Van Schoor om vrouwen die ouder zijn dan 75 jaar in de gelegenheid te stellen desgewenst aan de screening te blijven deelnemen. Ook zij lopen nog steeds het risico om borstkanker te krijgen en eraan te overlijden. Zeker als ze verder nog vitaal en goed gezond zijn, kan screening voor hen zinvol zijn.
Bron: UMC St Radboud
2 Feb 2012, 11:18 am | klik hier om meer te bekijken
Reumafonds opent Meldpunt Fysiotherapie
Het Reumafonds heeft een meldpunt geopend voor mensen met reuma die sinds 1 januari geen fysiotherapie meer vergoed krijgen vanuit de basisverzekering. Het Reumafonds wil dit jaar bijhouden hoeveel mensen vanwege de kosten gestopt zijn met fysiotherapie en welke gevolgen dit heeft voor hun dagelijks leven. Mensen met reuma die door de maatregel zijn getroffen, kunnen dit via een online-enquête kenbaar maken.
De reden voor het instellen van het Meldpunt Fysiotherapie is dat bij het Reumafonds al meer dan 100 reacties zijn binnengekomen vanwege het besluit van het kabinet om fysiotherapie voor zes reumatische aandoeningen niet langer te vergoeden vanuit de basisverzekering. Afhankelijk van de uitkomsten zal het Reumafonds met zorgverzekeraars en politiek in gesprek gaan over de fysiotherapievergoeding.
Helft reumapatiënten
Van de 2,3 miljoen mensen die leven met reuma en artrose heeft bijna de helft (1,1 miljoen) dusdanig ernstige klachten dat zij gebruik maken van fysiotherapie (TNO, 2011). Mede door de therapie hebben mensen met reuma een behoorlijke kwaliteit van leven, en kunnen zij vaak blijven deelnemen aan het arbeidsproces. Uit het TNO-onderzoek blijkt ook dat 44% van de mensen met reuma een huishoudinkomen heeft van maximaal 1700 euro netto per maand. Het is de vraag of deze mensen de extra kosten voor fysiotherapie kunnen opbrengen.
Het Reumafonds wil onderzoeken hoeveel mensen dit jaar gestopt zijn met fysiotherapie doordat zij de extra kosten niet kunnen betalen. Algemeen directeur Lodewijk Ridderbos: “Onze voorzichtige schatting is dat 300.000 mensen getroffen worden”. Als deze groep mensen met ernstige reumatische klachten geen fysiotherapie meer krijgen, zal er een groter beroep gedaan worden op de tweedelijnszorg, zo vreest het Reumafonds. “Dat zou betekenen dat de bezuinigingsmaatregel op de langere termijn meer kost dan oplevert”, aldus Ridderbos.
Meldpunt Fysiotherapie
Via het Meldpunt Fysiotherapie kunnen mensen met reuma deelnemen aan het onderzoek naar fysiotherapie en (aanvullende) verzekeringen. In een online-enquête wordt onder meer gevraagd of mensen geweigerd zijn voor een aanvullende verzekering. Het Reumafonds gaat ook bij zorgverzekeraars de aantallen opvragen van mensen met reuma die zij hebben afgewezen voor een aanvullende verzekering.
Bron: Reumafonds
19 Jan 2012, 9:05 am | klik hier om meer te bekijken
Ouders blij met screening heupafwijking
Vroegtijdige screening van baby’s op heupafwijkingen is essentieel voor een snelle diagnose en eventuele behandeling van de aandoening. Een effectieve manier om zuigelingen op heupafwijkingen te screenen is met behulp van echografie. UT promovenda Marjon Witting deed een uitvoerige studie onder ruim vierduizend zuigelingen en promoveerde op vrijdag 13 januari. Haar adviezen kunnen beleidsmakers in de jeugdgezondheidszorg helpen bij het nemen van beslissingen over mogelijk nationale invoering van de echografische screening op heupafwijkingen.
Bij ongeveer 3% van alle baby’s ontwikkelt het heupgewricht zich niet goed. Bij een heupafwijking wordt de heupkop niet voldoende overdekt door de heupkom of staat gedeeltelijk of geheel buiten de heupkom. Als een nice met een heupafwijking in een vroeg stadium wordt behandeld, verkleint dit de kans dat het problemen krijgt met staan en lopen. Bovendien is de kans kleiner, dat het als jong volwassene mank gaat lopen of last krijgt van ‘slijtage’.
Proefimplementatie echografische screening
De huidige screening op heupafwijkingen in Nederland bestaat uit lichamelijk onderzoek van de zuigeling in het eerste levensjaar en vaststellen of er risicofactoren zijn (bv. voorkomen in de familie). Eerder onderzoek uitgevoerd in Nederland toonde aan, dat als wordt gescreend met echografie, meer kinderen met een heupafwijking worden opgespoord en dat het verwijspercentage op het consultatiebureau lager is, dan met de huidige screeningsmethode. Ook bleek screening met behulp van echografie kosteneffectiever te zijn. Op basis van deze resultaten is een proefimplementatie opgezet in Salland en in Utrecht waarin is onderzocht of het mogelijk is om de echografische screening in de jeugdgezondheidszorg in Nederland in te voeren. In deze proefimplementatie werd van meer dan vierduizend baby’s een echo van de heupen gemaakt op het consultatiebureau. Het onderzoek van Witting ging in op de factoren die nationale invoering van de screening beïnvloeden, en met name op factoren gericht op de deelname van ouders in de screening en de tevredenheid van de ouders met de screening.
Aanbevelingen
Ouders bleken heel tevreden te zijn met deze nieuwe manier van screening. Op basis van diverse onderzoeken formuleerde Witting adviezen over de organisatie van de screening, de communicatie met de ouders en het screeningsproces. Zo beveelt zij aan, om een uitgebreid trainingsprogramma voor de screeners op te zetten, een rechtstreekse verwijsroute naar het ziekenhuis op te stellen in het geval van een afwijkende screeningsecho en gebruik te maken van een positief geformuleerde brochure om ouders uit te nodigen voor de screening. De uitkomsten van deze proefimplementatie ondersteunen beleidsmakers in de gezondheidszorg bij het nemen van beslissingen over mogelijke toekomstige nationale implementatie van de screening.
Download het proefschrift
Bron: Universiteit Twente
19 Jan 2012, 5:57 pm | klik hier om meer te bekijken
Mobiliteit van zorgverzekerden in cijfers
Ruim 900.000 mensen hebben voor 1 januari 2012 hun zorgverzekering opgezegd. De meeste van hen hebben inmiddels ook al een nieuwe zorgverzekering afgesloten. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van informatiecentrum Vektis.
Het definitieve overstappercentage komt met 5,6 procent aardig overeen met het percentage dat eind 2010 van zorgverzekeraar is gewisseld (5,5 procent). Het percentage zal waarschijnlijk nog wat hoger uitvallen, omdat het aantal verzekerden dat een andere polis heeft afgesloten of is overgestapt naar een ander label bij dezelfde risicodragende zorgverzekeraar nog niet in dit overstappercentage is meegenomen. Zo horen Agis en Zilveren Kruis Achmea bijvoorbeeld allebei bij Achmea. Iemand die is overgestapt van Agis naar Zilveren Kruis Achmea zit nog niet in deze telling. start april maken Zorgverzekeraars Nederland en Vektis het definitieve overstappercentage bekend, dat waarschijnlijk hoger zal liggen.
Het aantal mensen dat in Nederland onverzekerd is voor ziektekosten is met tweederde gedaald van 160.000 personen in maart 2011 naar 55.000 onverzekerden eind 2011. Het College van Zorgverzekeringen (CVZ) spoorde vorig jaar mensen op die ondanks de verplichting onverzekerd waren. Zij kregen een boete van 350 euro. Voor mensen die nu nog niet reageren op aanmaningen van het CVZ, sluit het college zelf een zorgverzekering af. De premie wordt dan ingehouden op het salaris of de uitkering. Het CVZ streeft ernaar dat eind 2012 bijna iedereen verzekerd is voor ziektekosten.
Als u voor 1 januari uw oude zorgverzekering heeft opgezegd, kunt u nog tot 1 februari een nieuwe polis afsluiten.
Bron: CVZ
12 Jan 2012, 10:41 am | klik hier om meer te bekijken
Platvoeten door hoge hakken
Hoge hakken kunnen tot platvoeten leiden. Zo blijkt uit onderzoek van de Britse University of East Anglia. Een oplossing hiervoor komt echter steeds dichterbij. Naarmate vrouwen vaker en langer op hoge hakken lopen en staan neemt het risico op platvoeten toe. Dit is ook een van de belangrijkste redenen dat vrouwen vaker te maken hebben met deze pijnlijke aandoening dan mannen. Toch lijkt het er op dat hoge hakken niet perse de kast in hoeven.
De onderzoekers denken dat platvoeten ontstaan als de pezen in de voeten slapper worden door proteïnes die van nature al in het lichaam voorkomen. Hierdoor zakt de voetboog in, wat weer kan leiden tot pijn en moeilijkheden tijdens het lopen. Volgens de Britse onderzoekers kunnen deze resultaten leiden tot de ontwikkeling van een geneesmiddel die de strijd aangaat met de proteïnes.
“Hoge hakken bieden niet voldoende ondersteuning aan de voeten, waardoor de pezen zwakker worden”, vertelt onderzoeker Graham Riley. “Vooral lang staan verhoogt het risico.” Daarbij wordt het regelmatig dragen van hoge hakken ook in verband gebracht met heup, knie en dijproblemen, artrose, hamertenen, rugproblemen en eelt of knobbels op de voet.
Hoewel de ontdekking een doorbraak is verwachten de onderzoekers dat zeker tien jaar duurt voor dat het geneesmiddel beschikbaar zal zijn. Nu kunnen platvoeten alleen behandeld worden met hulpmiddelen of een operatie.
bron: Medicalfacts
12 Jan 2012, 10:08 pm | klik hier om meer te bekijken
Nieuwe methode om versleten gewrichten te herstellen
De afdelingen plastische chirurgie en orthopedie van VU medisch centrum werken samen aan een therapie die ervoor zorgt dat het kraakbeen van versleten gewrichten weer herstelt. Deze nieuwe methode, waarbij de chirurgen gebruik maken van stamcellen uit vetweefsel, ziet er veelbelovend uit. Op 12 januari promoveert plastisch chirurg in opleiding Wouter Jurgens op deze methode.
Het unieke aan de stamceltherapie is dat het ontworpen is als 1-staps procedure, dat wil zeggen dat de patiënt maar één keer geopereerd hoeft te worden. Tijdens de operatie worden er stamcellen uit vetweefsel gehaald, en vervolgens in een speciaal daarvoor ontworpen lab gestimuleerd om tot kraakbeen uit te groeien. Na twee uur plaatsen de chirurgen de stamcellen terug in het lichaam van de patiënt, op de plek waar het kraakbeen versleten is.
Het concept werd getest in geiten. De eerste resultaten zien er veelbelovend uit, laat Jurgens zien in zijn proefschrift. Verdere studies moeten uitwijzen of de 1-stapsprocedure ook toe te passen is bij mensen met versleten gewrichten. Vergelijkbare stamceltherapie bij het herstellen van botweefsel wordt nu al succesvol in de kliniek toegepast.
In zijn proefschrift toonde Jurgens verder aan dat de buikregio het meest geschikt is om vetstamcellen uit te verkrijgen. Daar bevat het weefsel namelijk de meeste vetstamcellen per gram. Ook testte hij twee verschillende dragermaterialen – waar de stamcellen op bevestigd worden om uit te groeien tot kraakbeen. Ze werden geschikt bevonden om te gebruiken in dit nieuwe concept.
Met de toenemende vergrijzing groeit ook het aantal mensen dat last heeft van ernstige slijtage van gewrichten. De enige behandeling die nu beschikbaar is, is vervanging van het gewricht door een prothese. Dat is een relatief zware ingreep. Een behandeling die leidt tot herstel van het versleten kraakbeen zou een goed alternatief zijn.
Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE
Bron: VU
11 Jan 2012, 7:58 pm | klik hier om meer te bekijken
Cognitieve Treatment of Illness Perceptions bij lage rugklachten
Chronische lage rugklachten zijn een veelvoorkomend probleem. Ze kunnen een grote invloed hebben op het dagelijks leven. ‘Om te herstellen van chronische rugklachten is het niet altijd nodig om lichamelijk te oefenen: kritisch kijken naar de overtuigingen over de rugklachten helpt’, concludeert Petra Siemonsma in haar onderzoek. Siemonsma promoveert op 18 januari bij VUmc.
Chronische lage rugklachten zijn lang niet altijd op een medische of technische manier op te lossen. Traditioneel richt revalidatiebehandeling zich op het optimaliseren van de factoren die invloed hebben op de klachten, bijvoorbeeld bepaald gedrag, gewoonten of angst voor pijn.
De nieuwe, nu onderzochte, behandeling Cognitieve Treatment of Illness Perceptions (CTIP) richt zich op de overtuigingen over rugklachten en bewegen. Als iemand denkt dat zwaar tillen of bukken schade veroorzaken aan de carpet, dan is het logisch om die activiteit te vermijden. In de nieuwe behandeling wordt gekeken welke ‘onjuiste’, niet helpende, gedachten iemand heeft.
Tijdens de behandeling onderzoekt de patiënt of die gedachten wel kloppen. Praten en denken over de klachten vormt daarom het grootste deel van de behandeling. En het blijkt te helpen!
Aan het onderzoek hebben 156 patiënten deelgenomen. Ze zijn via loting verdeeld over twee groepen (behandeling of wachtlijst). Iedereen is drie maanden gevolgd. De behandelde groep bleek het beter te doen dan de groep die geen behandeling kreeg: ze zijn actiever in de activiteiten die ze zelf als belangrijk hadden aangegeven bij aanvang van het onderzoek.
Kortom, ook praten en denken over de rugklachten zijn van groot belang in de behandeling. Dit is een belangrijke bevinding voor zowel patiënten met chronische lage rugklachten als voor artsen. Er is nu een bewezen effectieve aanvulling op de al beschikbare behandelmogelijkheden in de revalidatie van deze klachten.
Bron: VUmc
10 Jan 2012, 10:00 am | klik hier om meer te bekijken
